Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Wat is kant

Kant is een product dat onder het handwerk valt. Het is een typisch westers modeverschijnsel. Kant is de naam voor verschillende soorten kantwerk die worden ingedeeld volgens techniek en kenmerken. Er zijn twee grote basissoorten: de kloskant is een kantsoort die met de hand wordt gemaakt met behulp van klosjes.
Naaldkant is een kantsoort die met de hand wordt gemaakt met behulp van naalden. Deze kantsoort vergt ander materiaal en heeft geen gelijkenissen met kloskant.
Door de eeuwen heen ontstonden er vele variaties en soorten. Men mengde ook soorten kant door mekaar, zoals een mengsel van naald- en kloskant. In de loop van de geschiedenis ontstond de machinale kant, een goedkope oplossing voor de dure kantindustrie

Geschiedenis

Naaldkant
kantnaaister

Kant is een oud ambachtelijk product. Waar het is ontstaan, in Vlaanderen of Italië, weet men niet precies. Er was in die periode een nauwe culturele samenwerking tussen Vlaanderen en Venetië. (Bijvoorbeeld: Schilders kwamen in Vlaanderen de olieverftechniek bestuderen en onze kunstenaars gingen naar Venitië om hun schilderijen te zien). Het is wel een feit dat er altijd meer kloskant werd geklost dan naaldkant omdat die goedkoper was.

Naaldkant is ontstaan uit open naaiwerk of punto tirato (fils tirés). Men versierde het boordje van de onderkleren dat uitstak boven de kleding. Daarvoor trok men draadjes uit de stof en men borduurde rond de ontstane opening, zowel horizontaal als verticaal. Op den duur trok men alsmaar meer draden uit om ingewikkelder versieringen te maken zodat er nog weinig stof overbleef. Tot iemand op het idee kwam om enkel met draden te werken. Men naaide de gespannen draden met een driegdraad vast op het patroon en men borduurde als voorheen. Men gebruikte dezelfde patronen. Dat is de reden waarom het zo moeilijk is om het ontstaan van naaldkant te bepalen. Op het afgewerkt product kon men niet zien hoe men was gestart met stof of met draden.

Het eerste modelboek is verschenen in 1528 van de Venetiaan Antonio Tiangliente. Hij noemt het punto in aria (steek in de ruimte). In heel Italië was dit de benaming. Deze eerste vorm van naaldkant had een rechtlijnig of geometrisch ornament. Algemeen werd deze soort Reticella genoemd. Met deze manier van werken was men niet meer verplicht om schering en inslag te volgen maar kon men vrijer werken en meer gebogen lijnen gebruiken. Zo werd het florale element geïntroduceerd. De echte naaldkant was geboren.

kloskant

Ik Kloskant  400 klosjes

KLOSKANT wordt gemaakt met behulp van kantklosjes. Deze klosjes worden altijd in paren gebruikt, die over het gehele werk bij elkaar blijven behoren. Op deze klosjes worden draden gewikkeld. Een ervaren kantklosster kan werken met honderden klosjes tegelijk, die zeer snel om elkaar heen geslagen worden. Na het maken van een aantal slagen wordt een speld in het patroon gestoken, wat het vlechtwerk op zijn plaats houdt. Als een klosje leeg raakt, wordt er opnieuw draad omheen gewonden, dat aan het uiteinde van de oude draad wordt vastgeknoopt. Het knoopje wordt met een fijne schaar zo kort mogelijk afgeknipt.

Het patroon wordt hier in noordwest-Europa bevestigd op een groot plat kussen. Iedere streek en iedere kantsoort heeft zijn eigen type van klosjes, kussens en patronen. Rolkussens worden gebruikt als er lange stroken kant gemaakt moeten worden, blokkussens voor grote patronen. Ook de klosjes verschillen per streek en per kantsoort. In België en Nederland zijn ze meestal van beukenhout en hebben ze een bolletje aan het einde voor het gewicht en zijn ze ongeveer 10 cm lang. In Portugal zijn eens zo groot en veel zwaarder, omdat daar met dikke garen op rolkussens wordt gewerkt. In Engeland zijn ze recht en flinterdun en hebben ze soms kraaltjes voor het gewicht. Daar maakt men met flinterdun garen, onder andere Honitonkant.

Iedere stad en iedere streek had vroeger zijn eigen patronen en zijn eigen manier van werken. Je herkent daardoor aan de kant vaak de streek waar hij is gemaakt. Het is dus verkeerd om te denken dat Beverse kant enkel in Beveren werd geklost. De kantsoort is genoemd naar de techniek of het patroon. Een typisch kenmerk is het patroon van de tule.

Het klossen van kant is een zeer bewerkelijke techniek, die al eeuwen bestaat. Kant is zeer kostbaar, en was daarom in het verleden alleen bereikbaar voor de zeer rijken. De kostbaarste kant is van de dunste draden gemaakt. Om kant in kragen te verwerken moet het worden verstevigd met stijfsel.

Kantklossen wordt met zorg levend gehouden. Het is echter een hobby geworden en niet meer iets om de kost mee te verdienen. Het uurloon zou het werk onbetaalbaar maken. De werkomstandigheden van de kantklossters waren in het verleden bedroevend. Zij werkten veelal in vochtige kelders. De reden hiervan was dat fijne linnen draden, als zij te droog worden, erg snel breken.

Het is mogelijk om kantklossen te leren uit boeken,