Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

stropkant

Stropkant is een kloskant die beschouwd wordt als de eenvoudigste en de goedkoopste kantsoort. Ze is ontstaan uit het gesneden werk, stropkant is bijna altijd meterkant.

Deze kantsoort wordt hoofdzakelijk met linnengaren geklost, er wordt zelden een sierdraad gebruikt. De motieven zijn geometrisch en de draden lopen doorheen het hele werk door. Er ontstaan brede en ingewikkelde patronen. Motieven die typisch zijn voor de stropkant zijn onder meer de waaier, het koekje, het bekje en de palm. Als versiering zijn er verschillende soorten spinnen, tralies en kunstslagen mogelijk.

Een kantkloscursus wordt gewoonlijk met de stropkant gestart omdat via deze soort alle aan te leren slagen frequent geoefend worden. De eerste werkstukjes zijn heel eenvoudig, bestaande uit één soort slag, maar bij ieder stukje komt er een moeilijkheid bij. Op die manier kan stilaan naar ingewikkeldere patronen gewerkt worden

EErste kantje 't Sigaretje De grote palm

Vlaandersekant

Vlaanderse kan:  deze typische kantsoort, waarvan de benaming verwijst naar Vlaamse herkomst heeft bloemen, dieren of uit het dagelijkse leven ontleende motieven. Oude spellewerksters hadden veel verbeelding en gaven de kantjes namen als 'het pastershoedje, 't kloeftje, d'hoge brugge ' enz.
Vaak is de achtergrond of tralie bezaaid met sneeuwvlokjes.  Meestal is het motief benadrukt door een sierdraad. De boord is versiert met een inkeloog.

Tot in de 18de eeuw worden alle kanten"Oud)Vlaamse" of "Vlaanderse" kanten genoemd.  Pas nadien zullen er specifieke namen ontstaan.

Binchekant, het neusje van de zalm.

Binche kant: ontstaan uit de Oudvlaamse kloskant behoort de Binchekant tot één van de bekendste en fijnste kantsoorten, ontgetwijfeld het neusje van de zalm.  Het wordt ook wel "toveressewerk" of  "point de féé genoemd. Alle Pointe de Féé is uiteraard Binchekant, maar alle Binchekant is geen ¨Point de Fée, Dat hangt af van de fijnte van de draad.   Met deze recente benaming bedoelt met de rijkdom aan kleine vierkante kunstslagen die de grond omtoveren ot een ragfijn kantwerk en met de hulp van soms honderden klosjes en zeer fijne draad tot stand komen.  Sinds ongeveer een eeuw maakt men geen kant meer in de stad Binche, waar deze in de 17de euuw ontstaan was;

Ovale mentebolle

Cluny kant

Cluny is een kantsoort die behoort tot de stropkant.  De tekeningen ervan zijn ontworpen naar het voorbeeld van de oude kloskant die in het Musée de Cluny in Parijs bewaard worden. De naam van deze kant heeft dus niets met de stad Cluny te maken.

Het kantwerk bestaat uit geometrische tekeningen en bloemenmotieven op een grondwerk van vlechten. De motieven worden uitgewerkt in linnen-halflinnen of gewrongen linnenwerk.  De troef van de Cluny stropkant zijn de sierdraden en het werken met reliëf. Verdere versieringen bestaan uit inkelogen, kunstslagen en Venetiaanse vlechten.